|
|
 |
 |
| Inhoud |
|
- Voorwoord door Kris Peeters,
Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu
en Natuur
- Afkoppeling, hergebruik en buffering
van regenwater op privé-gronden: een pilootproject
in Sint-Truiden
M. Delwiche, K. Vandaele,
J. Lammens en P. Priemen - Watering van Sint-Truiden
Y. Festraets - Stad Sint-Truiden, technische dienst
- Vissen als gezondheidsindicatoren
voor de toestand van het Zeeschelde-ecosysteem
J. Maes - KULeuven, Laboratorium
voor Aquatische Ecologie
Cl. Belpaire, J. Breine en G. Goemans - Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap,
Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer
- De Coördinatiecommissie
Integraal Waterbeleid: samen werken aan water
L. De Roeck en M. Goris - CIW-secretariaat
|
|
|
|
 |
Voorwoord van Vlaams minister
Kris Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu
en Natuur |
|
Bij mijn aantreden
heb ik moeten vaststellen dat Vlaanderen het niet goed doet wat
betreft de sanering van onze waterlopen.
Verschillende oorzaken liggen hiervan aan de basis:
Het niet invullen van de richtlijn Stedelijk Afvalwater waarvoor Vlaanderen
een veroordeling door het Europees Hof van Justitie opliep;
De ingebrekestelling door de Europese Commissie voor het niet naleven
van de Europese mededingsregels ten aanzien van de NV Aquafin. Het gebrek
aan flankerend beleid en het opzeggen van de overeenkomst tussen het
Vlaams Gewest en de NV Aquafin, leidden er toe dat de werking van deze
maatschappij verlamde;
Ook het uitblijven van een afbakening van verantwoordelijkheden tussen
de verschillende actoren belette een optimale invulling van de saneringsplicht
die op de verschillende betrokkenen rust;
En tot slot was er de betwisting tussen het Vlaams Gewest en de federale
overheid over het toepasselijke BTW-percentage (6% of 21%), wat jaarlijks
50 miljoen euro aan het Vlaams Gewest extra kost.
De conclusie was dan ook vlug gemaakt: met de bestaande structuur kon
de grote achterstand niet weggewerkt worden.
Daarom heb ik eind vorig jaar het roer drastisch omgegooid om vanaf nu
een integrale aanpak van de waterketen te realiseren.
Bij de onderhandelingen van het Vlaams regeerakkoord werd deze problematiek
besproken en eind 2004 werden enkele fundamenten gelegd voor de oplossing
van deze knelpunten door de reorganisatie van de watersector. Via het
programmadecreet van 24/12/2004 en een aantal begeleidende maatregelen
heb ik enkele belangrijke initiatieven genomen met betrekking tot de
watersector.
Eén van de belangrijke maatregelen was het saneringsplichtig maken
van de drinkwatermaatschappijen wat de verschillende actoren binnen de
waterketen noodzaakte om met mekaar te gaan samenwerken, een ééngemaakte
waterfactuur mogelijke maakte en een optimaal financieel kader biedt.
De eerste resultaten zijn reeds zichtbaar, er ontstaat een nieuwe dynamiek
in de watersector: de investeringsprojecten van de NV Aquafin worden
opnieuw vlot getrokken en de gemeenten vinden de samenwerkingsvorm die
hun doelstellingen het best kan invullen.
In dat kader blijft het Vlaams Gewest de gemeenten ook financieel aanmoedigen.
Binnen de regering zijn er afspraken gemaakt om de financiële ondersteuning
op te trekken. En bovendien werd zeer recent het subsidiebesluit aangepast
die het mogelijk maakt om naast gemeenten ook gemeentebedrijven, intergemeentelijke
samenwerkingsverbanden en intercommunales subsidies uit te keren.
De eerste stap in de richting van een reële resultaatsverbintenis
tussen het Vlaams gewest en de Nv Aquafin is gezet en het economisch
en ecologisch toezicht werd vorm gegeven binnen de Vlaamse Milieumaatschappij.
Maar in het licht van de realisatie van de doelstelling van de kaderrichtlijn
water om tegen 2015 een goede waterkwaliteit te realiseren is het nu
erg belangrijk om niet bij de pakken te blijven zitten en verder invulling
te geven aan de uitvoering van het beleid. Ik ben mij hierbij terdege
bewust van de enorme inspanningen die gevraagd worden van de diverse
actoren op het veld.
Wie welke inspanningen in welk tijdsbestek zal moeten leveren, zal de
komende maanden stapsgewijs duidelijk worden. Hoewel ik iemand ben die
de dingen zonder onnodig oponthoud wil realiseren, hecht ik eveneens
het grootste belang aan de effectiviteit en efficiëntie van de investeringen.
De analyses op bekken- en stroomgebiedniveau moeten duidelijk maken welke
maatregelenprogramma’s noodzakelijk zijn om de gewenste waterkwaliteit
te bereiken. Het opstellen van de zonerings- en masterplannen zijn hier
belangrijke voorbeelden van.
Ik ben ervan overtuigd dat Vlaanderen met deze structuur invulling zal
kunnen geven aan de belangrijke uitdaging die voor ons ligt, dit door
concrete stappen te zetten bij het tot stand komen van een samenwerking
tussen de verschillende spelers die actief zijn in de watersector. Het
bundelen van de know how waarover iedereen beschikt, betekent een reële
meerwaarde en is absoluut noodzakelijk.
Klik hier voor volledig
artikel [HI
RES] [LOW
RES] |
|
|
|
 |
Afkoppeling,
hergebruik en buffering van regenwater op privé-gronden:
een pilootproject in Sint-Truiden |
|
| |
M. Delwiche, K. Vandaele, J. Lammens
en P. Priemen - Watering van Sint-Truiden
Y. Festraets - Stad Sint-Truiden, technische dienst |
|
De voorbije decennia
heeft de Vlaamse overheid heel wat geïnvesteerd om tot een
adequate riolerings- en waterzuiveringsinfrastructuur te komen.
Dit heeft er toe geleid dat de kwaliteit van onze waterlopen
in stijgende lijn gaat sedert 1990. Een groot knelpunt blijft
echter het feit dat via de riolering te veel niet-verontreinigd
hemelwater wordt afgevoerd waardoor het rendement van de waterzuiveringsinstallaties
drastisch daalt. Bovendien kan een teveel aan hemelwater in de
riolering aanleiding geven tot wateroverlast. Er dringt zich
dan ook een beleid op dat erop gericht is om bij elke aanleg
van een gescheiden stelsel te streven naar een maximaal scheiden
van proper en vuil water op privé-gronden.
Voor de wateroverlast, het steeds stijgend drinkwaterverbruik en de verdroging
te Sint-Truiden - Velm is het gescheiden afvoeren van afvalwater en hemelwater
op zich echter geen oplossing. Het kan enkel leiden tot nieuwe wateroverlastproblemen
stroomafwaarts. Daarbij komt dat ons drinkwater langzaam opgeraakt. Vandaar
dat het beleid inzake gescheiden afvoer moet samengaan met een beleid
om het regenwater op te vangen, te hergebruiken, te bufferen en/of te
infiltreren op privé-gronden. Dit is de meest integrale aanpak
met als resultaat een duurzamer gebruik van ons drinkwater.
Als trekker van de Interbestuurlijke Samenwerking Land & Water heeft
de Watering van Sint-Truiden in samenwerking met de stad Sint-Truiden
een pilootproject opgestart in Velm om tot een adequate strategie te
komen om afkoppeling, hergebruik, buffering en/of infiltratie van hemelwater
op privé-gronden te promoten en te realiseren.
Het artikel geeft een beschrijving van de werken in de Velmerlaan, dat
als case-study voor dit pilootproject werd genomen. De werken omvatten
o.a. de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel en van een bufferbekken,
de herwaardering van de Dorpsbeek alsook enkele wegeniswerken.
Klik hier voor volledig
artikel [HI
RES] [LOW
RES] |
|
|
|
 |
Vissen als gezondheidsindicatoren
voor de toestand van het Zeeschelde-ecosysteem |
|
| |
J. Maes - KULeuven, Laboratorium voor
Aquatische Ecologie
Cl. Belpaire, J. Breine en G. Goemans - Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap,
Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer |
|
Informatie uit
historische bronnen leert dat het visbestand van onverstoorde
brakwatergebieden zeer divers is. In deze overgangszones tussen
zee en rivier komen zowel zee- als riviervissen voor en trekvissen
passeren het estuarium tijdens de paaimigratie tussen zoet en
zout water. Juist deze historische informatie is van cruciaal
belang voor het definiëren van een referentietoestand voor
een visbestand, vooral in gebieden zoals Vlaanderen waar geen
onverstoorde ecosystemen meer zijn. Deze referentietoestand kan
dan gebruikt worden om de toestand van het huidige visbestand
te evalueren.
Door de auteurs van het artikel werd voor de Zeeschelde een referentietoestand
opgesteld aan de hand van gegevens die dateren van de periode 1842 -
1945. Op die manier kon een schets gebracht worden van de impact, die
de verschillende vormen van antropogene verstoringen in de loop van de
19de en 20ste eeuw hadden.
Sinds 1995 wordt dan de evolutie van de verschillende vispopulaties in
de Zeeschelde gevolgd waarbij sinds 2002 deze opnames geïntegreerd
werden in het Vlaamse meetnet Zoetwatervis. Twee instrumenten werden
aangewend om het Zeeschelde-ecosysteem te evalueren: enerzijds een estuariene
index voor biotische integriteit (EBI) berekend op basis van de structuur
van de visgemeenschap en anderzijds een ecotoxicologisch meetnet. De
evaluatie gebeurt via een halfjaarlijkse bemonstering met fuiken, waarbij
de staalnamestations zo gekozen zijn dat ze een zo volledig mogelijk
beeld geven van het visbestand van de Zeeschelde.
Op basis van de analyses geven de auteurs een onvoldoende aan de ecologische
toestand van het Zeeschelde-estuarium. Ter hoogte van de grens wordt
de ecologische toestand omschreven als matig. Meer stroomopwaarts blijft
de toestand slecht, zowel op basis van een vergelijking met de referentietoestand
als op basis van het het ecotoxicologisch onderzoek.
Klik hier voor volledig
artikel [HI
RES] [LOW
RES] |
|
|
|
 |
1 jaar Coördinatiecommissie
Integraal Waterbeleid (CIW) |
|
| |
L. De Roeck en M. Goris - CIW-secretariaat |
|
Het Vlaams decreet
Integraal Waterbeleid (IWB) van 18 juli 2003 roept een aantal
nieuwe overlegstructuren in het leven om de coördinatie
en de samenwerking binnen het waterbeleid te stroomlijnen. Hiervoor
zorgt de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW)
die deze coördinatie en samenwerking overnam van het toenmalige
Vlaams Integraal Wateroverlegcomité (VIWC).
In een eerste deel van het artikel geven de auteurs vooreerst een overzicht
van de taken van de CIW die, samengevat, neerkomen op de voorbereiding,
de planning, de controle en de opvolging van het integraal waterbeleid
waarbij gewaakt wordt over de uniforme aanpak van de bekkenwerking.
Ook de multidisciplinaire en beleidsdomeinoverschrijdende samenstelling
van de CIW komt aan bod.
Bij de bespreking van de werking van de CIW wordt de nodige aandacht
besteed aan de voorbereiding van de beslissingen van de CIW in de diverse
opgericht werkgroepen.
In een tweede deel staan de auteurs stil bij een aantal realisaties.
Aandacht wordt zo eerst besteed aan de voorbereiding van de Vlaamse waterbeleidsnota
, waarin de Vlaamse regering haar visie over integraal waterbeleid vastlegt.
Daarnaast wordt stilgestaan bij een aantal analyses van de Europese kaderrichtlijn
Water i.v.m. het opstellen van de stroomgebiedbeheerplannen, de richtlijnen
over de watertoets bij o.a. de verlening van een vergunning, de voorbereidende
werkzaamheden voor duidelijke overlegstructuren alsook het informatie-aanbod
van de CIW via haar website en eventuele brochures.
Tot slot kijken de auteurs nog even vooruit naar de werkzaamheden in
het komende jaar.
Klik hier voor volledig
artikel [HI
RES] [LOW
RES] |
|
|
|
Samenstelling redactieraad WATER:
Hoofdredacteur:
Michel Bruyneel
Leden:
Willy Bauwens,
Marcel Bruyndoncx,
Marc Buysse,
Herman Crommelinck,
Lieve De Roeck,
Jan Hammenecker,
Jos Heylen,
Patrick Meire,
Jaak Monbaliu,
Frank Mostaert,
Rik Serruys,
Didier Soens,
Jan Strubbe,
Paul Thomas,
Jan Van der Sluys,
Jef Van Hoof,
José Vandevijvere,
Marc Vercruysse en
Louis Wauters
|
| |
|